Category: Politiek

Wie betaald de rekening voor een nieuwe Politieke Partij?

Het komt voor dat er zo kort voor de verkiezingen leden ineens uit een politieke partij stappen en zelf een nieuwe partij oprichten.

Voor de nieuwkomers zijn het geweldige omstandigheden om ertussen te komen in de landelijke politiek. De rol van traditionele partijen is allang niet vanzelfsprekend meer en de kiezer zweeft. Iedereen kan meeliften op wat in Den Haag ‘de versplintering van het politieke landschap’ heet.

We hebben allemaal wel eens gehoord dat een lid van de Tweede Kamer wachtgeld krijgt op het moment dat het lidmaatschap met de partij stopt. Nu vroeg ik mij af of iemand, die een nieuwe partij opricht, omdat hij/zij zich niet meer kan vinden in de standpunten van de partij ook wachtgeld krijgt.

Het antwoord is hierop volmondig JA!
Het Kamerlid dat vrijwillig vertrekt en een nieuwe partij opricht wordt hiervoor dus betaald, de belastingbetaler krijgt hiervoor de rekening.
Even ter verduidelijking: iemand die vrijwillig bij zijn of haar werkgever vertrekt heeft geen recht op een transitievergoeding (ook wel ontslagvergoeding).

Wat kost een Tweede Kamerlid?
Een Tweede Kamerlid (bijvoorbeeld Ard van der Steur van het VVD) ontvangt ruim € 107.000,- schadeloosstelling = basisvergoeding per jaar +8% vakantiegeld en 8,3% eindejaarsuitkering conform regeling rijksambtenaren.

Een fractievoorzitter (bijvoorbeeld Sybrand Buma voor het CDA) krijgt, afhankelijk van de functie en grootte van de fractie, een toelage en allerlei vergoedingen. De toelage is 1% van de schadeloosstelling + 0,3% voor ieder lid in de fractie.

Naast het salaris ontvangt men een beroepskostenvergoeding van € 2.652,25 per jaar, deze wordt ieder jaar geïndexeerd o.b.v. de index materiele overheidsconsumptie.

Tevens krijgt men voor de reiskostenvergoeding een OV jaarkaart voor eerste klasreizen of een compensatie woon-werkverkeer van € 0,19 per kilometer. Voor de reiskosten buiten woon-werkverkeer krijgt het lid € 4.900,- per jaar.

Kosten Tweede Kamerlid:

schadeloosstelling  €        107.000,00
Vakantiegeld 8%  €             8.560,00
Eindejaarsuitkering 8,3%  €             8.881,00
beroepskostenvergoeding  €             2.652,25
reiskosten buiten woon-werk  €             4.900,00
verblijfskosten  ?
Totaal Kamerlid per jaar  €        131.993,25

 Wat kost een Tweede Kamerlid die vrijwillig uit de partij stapt?
Het wachtgeld is overeenkomstig de gewone werkloosheidsuitkering, 3 jaar en 2 maanden, bedraagt 80% in het eerste jaar van de schadeloosstelling en 70% vanaf het tweede jaar. Tijd genoeg dus om een nieuwe partij op te richten!

Een uitzondering hierop: < 3mnd Kamerlid geweest hebben recht op wachtgeld van 6 mnd.

Bij een Kamerlid die 58 jaar of ouder is en in de 12 jaar daarvoor minstens 10 jaar Kamerlid is geweest, loopt de wachtgelduitkering door tot de 65-jarige leeftijd.

Max. Kosten ex Tweede Kamerlid met wachtgeld:

wachtgeld 1e jaar  €           85.600,00
wachtgeld 2e jaar  €           74.900,00
wachtgeld 3e jaar  €           74.900,00
2 maanden  €           17.833,33
Totaal wachtgeld  €        253.233,33

De pensioenopbouw is 2% per jaar, tot 4 jaar na het aftreden tenzij er neveninkomsten zijn, de opbouw is dan naar rato.

Ohja, de neveninkomsten van een kamerlid mogen 14% van de schadeloosstelling bedragen. Je mag er dus in de Tweede Kamer een hobby bij naast hebben…

Hoe richt je een nieuwe partij op voor de Tweede Kamer?
Partijen zoals GeenStijl, Denk en Artikel 1 maken gebruik van het landelijke nieuws om hun nieuwe partij aan te kondigen.

De partij moet geregistreerd worden bij de Kiesraad, er zijn iets meer dan 65.000 stemmen nodig om 1 zetel te krijgen binnen de kamer. Kosten inschrijving € 475,- tenzij je met een blanco kieslijst deelneemt. Tevens dient er een notariële akte opgesteld te worden waarin de officiële oprichting vastlegt staat. In deze akte worden ook de statuten van de partij opgenomen. De partij moet ingeschreven worden in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel (KvK).

Iemand die een partij opricht en niet uit de Tweede Kamer komt is afhankelijk van giften (sponsoren) of betaald de campagne uit eigen zak.

Conclusie:
Als een vrijwillig vertrekkend Kamerlid een nieuwe partij opricht dan heeft deze recht op wachtgeld. Ik ben van mening dat de wet –en regelgeving op dit punt gewijzigd moet worden, dat er geen belastinggeld gaat naar degene die vrijwillig uit een partij stapt en daarna voor zichzelf begint.

Baangarantie na de studie?

Momenteel verliezen mensen hun baan omdat werkgevers door de aanhoudende crisis in hun voortbestaan bedreigt worden. Deze mensen komen op de arbeidsmarkt en willen het liefst een soortgelijke baan terug. In een aantal sectoren is het momenteel slecht gesteld op de arbeidsmarkt, mensen moeten misschien wel uitwijken naar andere sectoren, omscholen.

De oudere mensen
De vraag en het aanbod op de arbeidsmarkt sluiten al geruime tijd niet op elkaar aan. Mensen die op leeftijd zijn komen moeilijk aan het werk. Vaak krijgen zij bij sollicitaties te horen dat hun werkervaring niet aansluit op het functieprofiel uit de vacature.

Lange tijd hebben “oudere” mensen niets gedaan aan studie of eigen ontwikkeling en de werkgever op zijn beurt stimuleerde dit onvoldoende.

Wel wordt van deze categorie mensen verwacht dat zij langer door werken, wel tot 67 jaar.

De student
De studenten staan voor een moeilijke keuze: welke opleiding sluit aan op de vraag van de arbeidsmarkt? Studenten worden door opleiders gelokt met vooral leuke studies, studies die bedacht zijn om voldoende intake van leerlingen te bewerkstelligen zodat de school niet bedreigd wordt in haar voortbestaan. Scholen zijn immers tegenwoordig commerciële instituten en moeten hun eigen hachje redden.

In het afgelopen jaar zijn er heel wat studenten van de koude kermis thuisgekomen; zij sloten een studie af met het idee direct aan de slag te kunnen. De opleiding bleek niet niet aan de gestelde eisen te voldoen of men had voor aanvang van de studie al kunnen bedenken dat hier nooit werk in te vinden zou zijn.

De overheid
De overheid moet een belangrijke rol gaan spelen als het gaat om de afstemming tussen opleidingen en de vraag op de arbeidsmarkt. Het zou goed zijn dat de overheid kaders stelt welke opleidingen de komende jaren aangeboden mogen worden, zodat op de vraag van de arbeidsmarkt ingespeeld wordt.

Het heeft geen zin om langer te investeren in de toekomstige werklozen van dit land. Nederland moet meer als profit organisatie gaan denken, investeren in mensen met als doel dat we het op korte termijn kunnen terugverdienen. Er zijn tal van opleidingen voor de industriële, agrarische, commerciële en niet-commerciële sectoren die minder interessant lijken, maar inhoudelijk goed zijn en waarmee direct ingestroomd kan worden op de arbeidsmarkt.

We moeten terug naar opleidingen met als uitgangspunt de richting van de sectoren, het sectormodel. Een student heeft in basis minder keuzes, maar kan daarmee voor zichzelf wel sneller een richting bepalen. Uiteraard moeten vanuit het “sectormodel” duidelijke kaders gesteld worden welke richtingen gevraagd worden om in te kunnen stromen naar de arbeidsmarkt. Opleidingen hoeven in basis niet specialistisch te eindigen, daarmee houd je studenten flexibel voor de arbeidsmarkt.

Opleiding op niveau!

Vergrijzing en ontgroening?
Op dit moment dreigt in Nederland de vergrijzing massaal toe te slaan, omdat de babyboomers met pensioen gaan. Tegelijkertijd “ontgroenen” sommige delen van het land omdat studenten voor hun opleiding alleen nog werk vinden in het midden en westen van Nederland. Moeten we ons zorgen gaan maken als we dit lezen?

Opleidingen
Studenten hebben het tegenwoordig niet makkelijk in het maken van hun keuze, het lijkt wel of er meer soorten opleidingen aangeboden worden dan waar ooit werk in te vinden is.
Opleidingsinstituten maken reclame voor soorten opleidingen waarmee ze zoveel mogelijk studenten kunnen scoren. Neem als voorbeeld de opleiding Embedded System Engineering (Automatisering). In deze opleiding is het hip om studenten te leren hoe ze zelf apps kunnen ontwikkelen voor de smartphones en tablets op de markt, terwijl de markt hier over een paar jaar van verzadigd is en er voor het gros geen werk meer te vinden is. Dit zelfde hebben we gezien met het millenium probleem, velen werden in die tijd opgeleid in de ICT en dat heeft er toe geleid dat er nu teveel ICT’ers op de arbeidsmarkt zijn.

Hoe meer studenten slagen voor de opleiding, des te meer geld de opleider ervoor krijgt.
Ook hebben we voorbeelden gezien dat opleiders hun niveau naar beneden bijstellen zodat er meer studenten slagen. Wie is er uiteindelijk de dupe? De studenten die de arbeidsmarkt op willen. (neem als voorbeeld de vier hogescholen Inholland, Windesheim, Leiden en de Hanzehogeschool begin dit jaar)

Opleidingen sluiten niet goed aan bij wat de arbeidsmarkt vraagt, vraag en aanbod stemmen niet op elkaar af… al lange tijd niet.

Administratieve rompslomp
Om er zeker van te zijn dat subsidies en andere gelden aan opleidings instituten worden uitgekeerd, is de administratie rondom opleidingen tegenwoordig de bepalende factor.
Studenten houden bijvoorbeeld d.m.v. een BPV boek de administratie bij, met kaders waaraan een opleiding moet voldoen. Alles moet kloppen, anders voldoet de opleider niet aan de eisen en kunnen ze geen beroep doen op de subsidies en gelden. Tegenwoordig draaien we het om, niet de opleiding en het niveau is belangrijk, maar de administratie er omheen moet kloppen.

Kan het weer iets eenvoudiger?
Het zou goed zijn dat de overheid hier meer een rol in gaat spelen, aangeeft voor welke branches er een tekort aan mensen dreigt.
Het CBS komt regelmatig met nieuwe cijfers en spreekt haar verwachtingen uit voor wat komen gaat. Ook het bedrijfsleven geeft duidelijk aan waar de behoefte ligt.

Het systeem?
Op basis van gegevens die het CBS verstrekt en vragen vanuit het bedrijfsleven kunnen opleidingen afgestemd -en vereenvoudigd worden.
In basis geldt: Lagere school, VMBO / LBO, MBO / BBL, HBO en TU
Daarna komt de studierichting: in welke branche hebben we nu en in de toekomst mensen nodig?
De opleidingen dienen afgestemd te worden op de specifieke vraag binnen de verschillende branches en de studenten moeten weten wat er mogelijk is na de opleiding.

Als de vraag op de arbeidsmarkt en aanbod goed op elkaar afgestemd worden dan kunnen vacatures beter ingevuld worden en hebben mensen meer zekerheid om werk te vinden en te behouden.

“Vage” studies, waarbij we van te voren al kunnen voorspellen dat er geen werk in te vinden is, moeten worden gestopt. Studenten blijven na deze studies ta lang langs de zijlijn staan, want ze willen er wel werk in.
De overheid voert flinke bezuinigingen in het onderwijs door waardoor studenten moeten gaan lenen, de tijd is te kostbaar om een twijfelachtige studie te beginnen.

Het systeem kan eenvoudiger door van opleidingsland weer een “platte organisatie” te maken, met minder administratieve taken.

Het accent ligt nu teveel op het: rapporteren, administratief dichttimmeren, managen van opleidingen.

We moeten terug naar de basis, waarbij de studenten, re-integratie van ervaren vakkrachten en de arbeidsmarkt naadloos op elkaar aansluiten!